Waarom de laatste SIRE campagne me nijdig maakt.

Ik ben in ’62 geboren. Als jongen. Op school was ik stil, teruggetrokken, verlegen. Ik las boeken, was geïnteresseerd in geschiedenis. Ik speelde met autootjes, Dinky Toys want Matchbox vond ik te klein. Schreef in de schoolkrant en tekende en schilderde. En in mijn vrije tijd was ik geen astronaut, hoewel dat in mijn jonge jaren erg in was met die maanlanding en zo. Ik was liever Indiaan – geen schreeuwerige cowboy – met een tipi, hoofdtooi met veren en een pak met franjes. Samen met mijn vriendjes riep ik dan pief, paf, poef, pauw pauw en dus ook ugh! Net als Kluk-kluk op de zwart-wit tv. Mijn ouders zullen gedacht hebben dat ik een jongen was. School dacht dat zeker ook. Zoniet de ‘echte jongens’ in mijn klas die van ravotten en vechten hielden. Me in elkaar sloegen met een regelmaat die ik nu nog beangstigend vind. En ook niet de meisjes waar ik in de weekends mee korfbalde en die mij – ook later – wel safe gezelschap vonden. Slecht in gym, redelijk goed in korfbal.

foto: SIRE campagne ‘Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?’

Maar al op de lagere school smeulde er het begin van een brand in mij die het tot laat in mijn huwelijk volhield om niet uitslaand te worden. Op de middelbare school werd ik misbruikt – door oudere meiden. Ja, dat gebeurt ook en nee daar werd toen net als nu niet over gesproken. Durfde ik niet over te spreken, ik heb het lang in mezelf opgesloten net als de overtuiging dat ik als meisje zoveel gelukkiger zou zijn dan als de jongen die ik echt niet wilde zijn. Ik leerde stijldansen, was er goed in. Kreeg een vriendinnetje waarmee ik goud bij elkaar danste. Totdat uit haar brieven mijn ouders er achter kwamen dat ze biseksueel was. Mijn vader maakte onze prille liefde kapot, samen met haar vader overigens die het maar niks vond dat ze met een jongen uit zo’n kleinburgerlijk gezin op stap ging. Ik heb het mijn ouders nooit vergeven.

Ik maakte mijn school – een andere school dan waar ik misbruikt was – niet af. Wou liever naar de kunstacademie maar mocht dat niet. Vluchtte naar een technische school, waar nauwelijks meisjes te vinden waren en gemoedsrust dus wel. Ik vluchtte in de droom van mijn vader, maakte die school af en nog één, ging werken in de techniek en maakte carrière. Werd verliefd – natuurlijk op een meisje – en verloofde en trouwde. Kreeg kinderen, een groot huis en een flink inkomen. En werd almaar ongelukkiger.

Tot de smeulende brand een uitslaande werd en mijn leven compleet op de kop zette. Net als de levens van mijn kinderen en mijn nu ex-partner. Echtscheiding, transitie, operaties, nog meer operaties, pijn, verlies van werk, verlies van alles wat me lief was op mijn kinderen na. Het louterde me. Leerde me dat alles wat me overgebleven was de trouw aan mezelf was. Dezelfde trouw die – tegen de stroom van tijdgeest, opvoeding, misbruik en pesten – mij mezelf niet langer liet ontkennen.

Er volgden tien jaren van moeite, pijn, verwondering, volharding en inleveren, inleveren, inleveren. Later ben ik eindelijk terechtgekomen waar ik mijn hele leven lang had moeten zijn: bij mezelf. Vrouw, krachtig in mijn zwakte, geliefd en liefhebbend en niet meer geconsumeerd door het mannenbestaan dat niet bij me paste maar ontwikkeld als schrijfster, kunstenaar en mens. En het is goed, eindelijk. Niet dankzij mijn ouders, zus of andere familie want zij hebben me wat dit betreft alleen ellende gebracht, wel dankzij mijn kinderen die me niet in de steek lieten en dankzij vriendinnen en een enkele vriend die me oprichtten wanneer ik gestruikeld was. Dankzij liefde en doorzettingsvermogen èn mijn nu tanende vermogen om eindeloos lang te incasseren.

En dan op een dag komt er een campagne van de reclame-ideologen van SIRE langs die mensen oproept om hun zonen vooral te laten ravotten zodat het echte jongens kunnen worden. Geen woord over meisjes, geen woord over kinderen als ik. SIRE probeert daarmee de samenleving die net voorzichtig een beetje leert om te gaan met het simpele feit dat er meer smaken dan jongens en meisjes bestaan, terug te gooien naar de zestiger jaren. Zodat jongens als ik toen nu weer volop gepest kunnen gaan worden, in de hoek gezet worden als watje, mietje of wat voor rotwoord er bedacht is. Het maakt dat ik medelijden krijg met die jongens die niet overtuigd jongen zijn en die meisjes die niet overtuigd meisje zijn, die twijfelen of zeker weten dat zij anders zijn. Het maakt me nijdig, pisnijdig, zoveel stupiditeit van commercianten die er duidelijk geen moer van begrepen hebben en zich met al hun onkunde bemoeien met de levens van heel veel kwetsbare kinderen. Het zijn wat mij betreft onkundige klootzakken.
Want: wanneer is een jonge ‘genoeg jongen’ volgens SIRE? Of een meisje ‘genoeg meisje’? En waarom is dat nu ineens belangrijk? En hoe zit dat dan wat SIRE betreft met die overgrote meerderheid van kinderen die niet altijd in hun genderspecifieke hokje geplaatst kunnen worden? En hebben we daar als lgbt*-ers nu al die jaren leed voor moeten verwerken? Aanpassingen in foute, inhumane wetten bevochten? Respect veroverd?

Ik zal het jullie zeggen, SIRE: die kinderen van nu lopen door jullie belachelijke campagne een hoop ellende, gepest en mogelijk trauma’s op. Dat jullie mijn jeugdtrauma oprakelen vergeef ik jullie, zoals ik domme mensen al snel iets vergeef want tegen domheid valt niet te strijden.
Ik kan jullie wel hebben. Maar al die kinderen die niet voldoen aan jullie belachelijke en achterhaalde stereotype kunnen dat niet. Die liggen ’s nachts, net als ik ooit, te janken in bed. Wanhopig om zoveel onbegrip van de grote-mensen-wereld en doodsbang voor hun eigen toekomst in een wereld die ze niet wil begrijpen en misschien wel uitkotst. (Wees gerust kinders, dat laatste gebeurt echt niet want er zijn gelukkig veel meer mensen die wèl normaal omgaan met jullie dan die geloven in de onzin van SIRE. Wees vooral wie je wilt zijn, het is het allemaal waard. Ik ben uiteindelijk toch, ondanks mijn vader, schrijfster geworden maar kan ook, dankzij mijn pa, verdomd goed klussen.)

Anna A. Ros

4 gedachtes over “Waarom de laatste SIRE campagne me nijdig maakt.

  1. Mooi gezegd ,! Respect voor jou,je bent een mooi mens ,ik hoop dat ik een van die enkele vrienden voor je mag zijn ,die je verdient _het is een waanzinnige wereld ,maar we laten ons niet gekmaken ! Uwe welgemeende vrind Yo.Johan.

  2. Zo helder en zo waar, Anna! Bedoeling wellicht goed, maar er is niet erg doorgedacht! Er is al veel reactie, dus komt men wellicht nog op deze schreden terug! Dat is te hopen! Oor lenen aan ervaringsdeskundigen kan zeker geen kwaad.

Geef een reactie