Dit wordt geen leuk stukje om te lezen.

Bovenstaande waarschuwing is van toepassing op wat volgt. En toch wil ik dat u het leest. Eigenlijk wil ik dat een specifieke groep Nederlanders dit leest. En ter harte neemt.

Ik ben vrijwilliger bij de bibliotheek hier in de stad. Met heel veel plezier en inzet verzorg ik er het SchrijfLab. Dat is een plek waar wekelijks mensen bij elkaar komen om een cursus creatief schrijven te volgen. Het is tot nu toe vrij succesvol en zowel deelnemers als ik zien er wekelijks naar uit. De manier waarop ik die schrijfcursus geef en de voorwaarden waaronder ik dat doe hebben alles te maken met de manier waarop ik in het leven wil staan: goed werk leveren tegen een schappelijke vergoeding waarbij deelnemers geen financiële drempel ervaren omdat deelname gratis is. De plaatselijke bibliotheek ondersteunt mij daarin en dus is in twee jaar tijd een flink aantal deelnemers bij mij in het SchrijfLab langs geweest om de beginselen van het creatief schrijven onder de knie te krijgen. Hartstikke mooi natuurlijk.

Maar het is meer dan alleen dat. Het is voor sommigen – en in zekere zin voor mezelf ook – een heerlijke manier om zinnig met elkaar bezig te zijn en tegelijkertijd de broodnodige sociale contacten op te bouwen en onderhouden. Er zijn uit het SchrijfLab vriendschappen ontstaan die er toe doen. Kortom, dit type educatie – gericht op volwassenen – heeft een dubbelfunctie en is maatschappelijk relevant. Daarover bestaat geen enkele twijfel.

Tot dusver is het allemaal prima en wees gerust, als het aan mij ligt zal dat ook zo blijven.

En toch. Er speelt nog iets anders. Ik ben als mens anders dan veel andere mensen want ik ben een transvrouw. Als je niet weet wat dat is: Google! Dat is inmiddels in het dagelijks leven voor mij niet meer relevant omdat ik er zelden meer aan wordt herinnerd. Mensen die me beter leren kennen komen er wel een keer achter en dat is gelukkig nooit een probleem. Maar dat wil niet zeggen dat ik wat dit aspect van mijn leven traumaloos ben. Het wil ook niet zeggen dat ik er op de meest onverwachte en altijd ongelegen momenten aan herinnerd kan worden. In negatieve zin.

Zoals vandaag.

Na een redelijk zinvolle middag bij de HZ in Vlissingen, waar vrijwilligers van allerlei pluimage bij elkaar waren om te praten over onderwerpen als ‘er staan / lef’ en fondsenwerving, was er in de avond het wekelijkse SchrijfLab. Natuurlijk had ik weer een leuke les voorbereid en omdat er een cursist van me ook bij die HZ-middag was kon ik me een busrit besparen en mee terug rijden naar de bieb in Middelburg. Extra leuk en gezellig natuurlijk. Dus kwamen wij druk pratend over hoe we mooie dingen in de stand zouden kunnen doen en hoe dat dan georganiseerd zou kunnen worden de parkeergarage vlak naast de hoofdingang van de bieb uit. Om vervolgens bijna omver te worden gefietst door een paar opgeschoten jochies van pak hem beet tussen de 11 en 15 of 16 jaar. En toen gebeurde het.

Zonder verdere aanleiding werd het zinnetje ‘Bent u transgender’ naar het hoofd geslingerd. Op een vervelende en duidelijk provocerende manier. Niet 1 keer, maar minstens 6 of 7 keer en steevast gevolgd door hoongelach. Steeds tergender, steeds vervelender en duidelijk met als doel om een reactie uit te lokken. Om ziedend van te worden. Waar ik de eerste paar keren het getreiter probeerde te negeren bleek alras dat mijn buffer daartegen niet sterk genoeg is en dus gaf ik weerwoord. Ja, ik weet het, dat is volstrekt zinloos en maakt de boel alleen nog maar erger. Heus, dat weet ik. Maar gegeven dat ik in mijn leven al veel van dat soort bullshit heb moeten ervaren is het mij niet meer mogelijk zoiets lang over zijn kant te laten gaan. En dus ontstond er een woordenstrijd. Was het daar maar bij gebleven. Tot mijn verbijstering echter – en ook die van mijn cursist die met me opliep – ging het tuig achter ons de bibliotheek in om zelfs binnen door te gaan met hun getreiter. Mij daarmee zover proberen te tergen dat ik echt zou ontploffen. Wat ik niet in fysieke zin deed hoewel alles in mij schreeuwde om er volledig op los te gaan en het licht uit de ogen van dat onopgevoede stelletje randdebieltjes te meppen (excusé, ik blijf een Haagse.)

Ik heb niet geslagen, maar o wat was het dichtbij het punt dat ik dat wel had gedaan. Wat me weerhield is dat ik 10 minuten later les moest geven. Wat niet meehielp was dat het trio etterbakjes politiek correct gesteld van Noord-Afrikaanse afkomst was (populair gesteld waren het kutmarokkaantjes en dat is geen discriminatie maar een feitelijke constatering.) Ik heb dus niet gemept maar wou dat eigenlijk wel. Ik merkte bij mezelf een gigantische aandrang om die rotjochies te beschadigen, hun botten te breken, de ogen dicht te meppen en de tanden uit de irritante smoeltjes van die stukkies vullis. Neem het me gerust kwalijk, want dat doe ik het mezelf ook. Maar ik wilde echt niets liever dan keihard van me afslaan.

Waarom? Omdat ik na jaren valse illusie er aan gewend was geraakt net als een ander met respect te worden behandeld en aangesproken. Niet overdreven beleefd, maar gewoon. Normaal. En niet beschimpt te worden en te kijk gezet, bespot, geslachtofferd. De frustratie van het vaststellen dat er blijkbaar toch nog een schaduw te zien is van mijn verleden die maakt dat een stelletje opdonders met de geestelijke vermogens van amoebes me kunnen kwetsen is groot. Ik voel(de) me tot op het bod gekwetst. 

Had ik maar de tegenwoordigheid van geest gehad zo’n etterbakje in de houdgreep te nemen totdat er politie kwam, of had ik maar mijn telefoon gepakt en een paar foto’s van ze gemaakt. Het zou erg geholpen hebben. Helaas, niets van dat al. Ik was verbluft, gekwetst, boos en verdrietig. Maandag kan ik aangifte komen doen en tot die tijd zal de plaatselijke politie met flinke regelmaat zich in de omgeving van de bibliotheek laten zien. Want het betreffende groepje – dat op mijn verzoek de bieb is uit geflikkerd – blijkt volgens de beveiliging de boel daar al een week te versjteren. Er zal naar eventuele camerabeelden gekeken worden om te zien of de ratjes er op staan – en herkenbaar zijn, en mocht dat zo zijn en mochten ze herkend worden dan zullen ze zich moeten verantwoorden. De werkelijkheid is dat ik dondersgoed besef dat het zover niet zal komen, helaas. Er lopen nu eenmaal teveel van die ratjes in de stad.

Wat ik nu zo graag wil is dat ouders van dat soort tuig – en dus zeker ook de lieve Marokkaans-Nederlandse ouders waar het in dit geval om gaat – eindelijk eens beginnen met het opvoeden van hun kroost dat voor galg en rad opgroeit. En ja, ook zij mogen zich schamen voor wat dit tuig aanricht in de stad. En ja, ze mogen zich ook aangesproken voelen door mij. Ik ben zelf ouder van drie kinderen en kan met zekerheid stellen dat het bij mijn kinderen niet in het hoofd op zal komen om zich zo achterlijk te gedragen. 

Het is helaas al een tijdje zo dat er op verschillende plekken in Middelburg mensen worden lastig gevallen, beroofd of erger. Steevast door kleine groepjes knulletjes met zonder uitzondering een Noord-Afrikaans uiterlijk. Het is diep triest dat ik dit moet schrijven en ik zou dat ook echt niet willen, maar er is een gigantisch probleem met deze bevolkingsgroep waarvan een flink aantal kinderen (meestal jongetjes) de samenleving terroriseren en geen enkel respect voor wie dan ook tonen. En het wordt hoog tijd dat daar verandering in komt. Verandering die begint bij de opvoeders, of ze dat nu willen of niet. Je hoeft geen PVV-er te zijn om te vinden dat dit probleem aangepakt moet worden omdat de overlast gewoon te groot is geworden. Dat laatste ontkennen is het onder de vlag van onterechte politieke correctheid negeren van de werkelijkheid.

Mijn avond is vanavond verknald, het viel helemaal niet mee om er toch nog een goede les van te maken en ik heb serieus last van wat dit bij mij aangericht heeft. Ik ben ook nog steeds laaiend en dat zal niet snel verdwijnen. Het is maar goed dat er morgen weer een nieuwe dag is en het normale deel van de Middelburgse samenleving bestaat uit heel veel lieve mensen en heel veel ouders die hun kinderen normaal opvoeden en dat de ettertjes in de minderheid zijn. Laten we alsjeblieft ervoor zorgen dat dat ook zo blijft (en dat ik niet nog een keer in de verleiding kom om er op los te gaan slaan want ik ben vrij zeker dat er dan hele zielige jongetjes naar huis afdruipen met blauwe ogen, gebroken tanden of erger.) Morgen koop ik wel een spuitbusje troep dat in mijn tas past en altijd bij de hand is. Omdat ook ik me veilig wil voelen in mijn eigen stad en de rioolratten van het lijf wil houden.

Dit moest ik even kwijt lieve mensen. Sorry. Morgen weer terug naar normaal.

Anna

4 gedachtes over “Dit wordt geen leuk stukje om te lezen.

  1. Goed dat je er werk van maakt Anna. In Zeeland bestaat een flink opgetuigd netwerk van jeugdhulpverleners ism scholen, politie. Vraag, eis bij aangifte dat je betrokken wordt bij de aanpak van dit gedrag. De bibliotheek heeft ook een maatschappelijke taak en kan op hun manier bijdragen. Al is het om een plan van aanpak te maken, beleid te hebben als antwoord op dit gedrag. Pubers vragen om grenzen, geef hen die en sta als biebbeveiliger niet toe dat ze al een week de boel verzieken.
    Contact met ouders is van belang. Deze zullen voor hun jeugd een andere toekomst willen dan een gevuld met politiecontacten.
    Hoe naar ook, grijp de kans om werk te maken van dit wangedrag op basus van onwetendheud, onbenul en laissez faire. .

  2. Verschrikkelijk om dit mee te maken! Die rioolratten groeien op voor galg en rat! Van mij mogen ze dwangarbeid krijgen zodat ze weten wat werk is. lessen krijgen hoe ze zich moeten gedragen. Jammer dat die kinderen zo vreemd en achterlijk zijn opgevoed.
    Anna ik wens je veel sterkte. Ik heb genoten van schrijflab het is een leuke cursus.

  3. Anna
    Ik wil je graag spreken hierover b.v.in de Drukkery als je terug bent van je schrijvers huisje
    In ieder geval tot Donderdag avond.
    Groetjes Els.

Geef een reactie