Anna A. Ros - schrijfeducatie

Mooi is goed: een herwaardering van de esthetiek.

Waarde lezer,

de schoonheid is in de verdrukking gekomen. Door allerhande ontwikkelingen in politiek, technologie en economie, door veranderingen in het denken en handelen in de samenleving en door veranderingen in onderwijs en bij de media, lijkt het begrip schoonheid – of beter: de esthetiek – gedevalueerd. Met alle gevolgen van dien. In dit essay zal ik proberen duidelijk te maken wat ons in het westen is overkomen en wat andere samenlevingen lijkt te gaan overkomen.Waar meet men in het westen persoonlijk en collectief succes aan af?
En is daarbij oog voor alle aspecten die van belang zijn?
Zijn belangrijke waarden naar de achtergrond verdwenen en is hun positie als kernbegrip voor succes en geluk overgenomen door andere waarden?
Is het tijd om ons te herbezinnen op een nieuwe balans in normen en waarden, op een nieuwe inrichting van de samenleving wellicht?
Of misschien zelfs op een nieuwe balans in ons persoonlijk leven?

Mc.Closkey’s zeven deugden.

Om op dit soort vragen antwoord te kunnen geven is het belangrijk om zowel inzicht te hebben in welke waarden – of deugden – er zoal zijn en wat hun relevantie is voor de inrichting van de samenleving en het bereiken van persoonlijk geluk. Daarnaast is een waardering van de huidige samenleving en wellicht ook mijn en uw persoonlijke situatie in verhouding tot die waarden een noodzakelijkheid om dieper inzicht te krijgen in de kwaliteit van het leven.
Deze vragen en overwegingen zijn bij mij aan de orde gekomen als gevolg van een grote verandering in mijn persoonlijk bestaan waarbij zelfs de meest fundamentele aspecten van het mens zijn én van de kwaliteit van de huidige samenleving een lakmoesproef ondergingen: ik stelde mijn gender ter discussie en aanvaardde de consequentie van de uitkomst.

Het gedachtegoed dat ik hier probeer vorm te geven is dus in hoge mate een persoonlijk gedachtegoed. Maar dan wel een dat ik in vele gesprekken heb kunnen toetsen aan de mening van anderen. Niet gebonden aan welk kader dan ook begin ik graag bij de publicatie van het boek ‘Bourgeois Virtues’ van Professor Deirdre McCloskey dat enige jaren geleden verscheen. De burgerlijke deugden die zij daarin benoemt en laat samensmelten met de oude Christelijke deugden geven een boeiende draai aan het denken over onszelf en onze samenleving. De Christelijke deugden ‘geloof’, ‘hoop’ en ‘liefde’ zijn ons allen bekend, maar is dat echt zo? Weten wij eigenlijk wel wat geloof, hoop en liefde inhouden? Ervaren we ze nog? En over de burgerlijke deugden moeten we wellicht nog langer nadenken. Ik ken weinig mensen die ze kunnen opsommen ondanks dat ze in verschillende van onze bekendste historische gebouwen zijn gebeiteld. ‘Rechtvaardigheid’, ‘moed’, ‘beleid’ en ‘prudentie’.

De stelling van McCloskey is dat het samenstel van Christelijke en burgerlijke deugden in hun combinatie voorwaardelijk zijn voor succes en welbevinden, misschien zelfs voor geluk. Haar inzichten hierin spreken me aan want wat gebeurt er als we onze persoonlijke situatie of de huidige samenleving langs de maatlat van geloof, hoop, liefde, rechtvaardigheid, moed, beleid en prudentie leggen? De analyticus in mij verleidt me tot een grafiekje waarin je kunt ’scoren’ op deze zeven assen zodra je een willekeurig maatschappelijk, economische, cultureel of persoonlijk thema onder de loep neemt. De uitkomsten zijn verrassend te noemen als je dat daadwerkelijk doet.

McCloskey’s mening is dat succesvolle bedrijven en organisaties deze waarden ook in enige mate (en soms zelf in hoge mate) omarmen. Dat een succesvolle organisatie naast voor de hand liggende waarden als geloof, moed, beleid en prudentie ook in zekere mate liefde, hoop en rechtvaardigheid in zich zal blijken te hebben klinkt voor mij geloofwaardig hoewel het vaak in de praktijk helaas soms wel erg zoeken is naar deze waarden. Maar zijn dit wel àlle deugden die een voorwaarde voor geluk en succes zijn? Ook dimensies als ethiek en religie vinden we in verschillende vormen terug in de genoemde zeven deugden, dus ook deze klassieke begrippen passen in McCloskey’s benadering. En toch mis ik iets essentieels.

Is esthetiek ethisch?

De laatste jaren ben ik me zowel in mijn persoonlijk leven als in mijn werk steeds bewuster geworden van nog een belangrijker deugd. Eentje waarbij het in sommige situaties tot extreem geluk, ontroering, vreugde – ja zelfs extase – kan leiden. Het gaat om het begrip ’schoonheid’, wat ik voor het gemak – maar eigenlijk onterecht – gelijk stel met esthetiek. Inmiddels is er bij mij een filosofie ontstaan die het belang van deze uiterst menselijke deugd onderstreept. In directe zin ontbreekt het immers vaak aan deze ‘achtste deugd’ en het is ook mij niet gelukt om de schoonheid als deugd terug te vinden in Mc.Closkey’s groep van zeven.

De titel van dit essay luidt ‘mooi is goed’ en als dat klopt dan is esthetiek eigenlijk een begrip dat binnen de ethiek valt of op zijn minst ethisch verantwoord zal zijn. Deze stelling gaat natuurlijk wel ver. Want mooi kan dan wel goed zijn maar hoe bepaal je dat dan? Kan je ethische waarde toekennen aan schoonheid of is het een op zichzelf staand begrip en niet zozeer een deugd?

De klassieken maar ook de oosterse wereld wijzen op het laatste. Het esthetisch begrip van de oude Grieken is van groot belang geweest voor de westerse samenleving net zoals hun ethisch begrip dat voor de inrichting van hun democratie was, het is echter ogenschijnlijk niet bepalend geweest voor de kwaliteit van die samenleving (of die democratie). In later tijden zijn mensen als Leonardo da Vinci lange tijd – wellicht hun gehele leven – met de esthetiek bezig geweest. Da Vinci’s ‘gulden snede’ als model voor de esthetische kwaliteit van het ontwerp van de schepping is daar een prachtig voorbeeld van. En dat terwijl hij toch een overtuigd atheïst was. Nog steeds is de mens verwonderd over de vorm van een blad, de perfecte verhoudingen van een boom of de verhoudingen van het lichaam van de mens. Al is die verhouding wellicht mede bepaald door evolutie, het is toch op zijn minst prettig om je op je rug te kunnen krabben met armen die net lang genoeg zijn. Toch is ook dat niet bepalend voor het toekennen van het begrip ‘deugd’ aan de esthetiek. In het oude China is wonderschone kunst gemaakt en het is onmogelijk om bijvoorbeeld de verboden stad te beschouwen zonder overweldigd te worden door de esthetische waarde van de architectuur. Helaas is ook hier de ontnuchterende waarheid dat die esthetische waarde eerder een gereedschap is geweest van statusverhoging en machtsvertoon dan een van geluk. Daarmee heeft ze zelfs een abjecte kant: esthetiek ter ondersteuning van repressie. De architectuur van Nazi-Duitsland kan moeilijk onesthetisch worden genoemd, net zomin als de communistische propagandakunst of zo u wil de religieuze kunst.

Nee, pas wanneer esthetiek verbonden wordt met begrippen als welbevinden en beleving wordt duidelijk wat het belang is. De kunsten hebben door hun aard en door hun esthetische waarde enorm bijgedragen aan dat welbevinden. Zowel collectief als individueel is de beleving van kunst, design en zelfs het menselijke schoonheidsideaal en de erotiek mede bepalend voor de geluksbeleving. Blijkbaar is er iets in de mens dat leidt tot bewustwording van het verschil tussen mooi en lelijk. Interessant genoeg is die beleving sterk cultureel bepaald en bij uitstek individueel van karakter. Wat ik mooi vind, kunt u afgrijselijk vinden. Het is daarmee een zeer menselijke eigenschap. Buiten de mens immers is er geen ondervinding van schoonheid. Maakt de esthetiek dan bij uitstek de mens tot mens? Het lijkt er wel op. Maar hoe zit het dan met de samenleving? En is er een ontwikkeling in de geschiedenis van de mens te ontdekken rond de esthetiek?
De laatste vraag wordt afdoende beantwoord door de cultuurhistorie en al die musea, concertzalen en bibliotheken die we gelukkig kennen en dus zal ik daar hier verder maar niet op in gaan. De vraag over hoe de esthetiek zich verhoudt tot de hedendaagse samenleving echter is zo boeiend en complex dat enige uitdieping hier geen kwaad kan. Want wat is die plaats van de esthetiek in onze samenleving?

Deze vraag is bijzonder lastig te beantwoorden maar wellicht is een antwoord te vinden door naar de ontwikkelingen van vandaag de dag te kijken als het gaat om de inrichting van die samenleving. En dan doet het pijn. Want waarom benemen wij die arme automobilisten, die dagelijks uren in files doorbrengen om hun bijdrage aan de economie te leveren, van het uitzicht op de schoonheid van ons platteland? Nog erger, waarom benemen we dat uitzicht door middel van in grijs beton gegoten ‘geluidswallen’, terwijl die zo lelijk zijn? Kosten nog moeite worden gespaard om het geluid uit te bannen ten behoeve van het achterliggende grasland. Maar een paar euro extra besteden aan fantasierijker en mooier afscherming doen we niet. Zelfs een vrolijk kleurtje dat in de zon sympathiek is, is ook niet aan de orde. Hetzelfde geld voor de ‘corporate architectuur’ die zich vooral laat inspireren door megalomanie en de behoefte aan de boodschap ‘wij zijn rijk en u niet’. Ruimtelijke ordening is verworden naar ruimtelijke wanordening. Computers blijven nog altijd vooral grijs, grauw, beige of zwart en de bediening is nog steeds verwarrend en onprettig. Als ze het al blijven doen. Succes van ondernemingen en mensen wordt over het algemeen niet afgemeten aan hun bijdrage aan de samenleving maar aan de hoeveelheid geld die zij weten te vergaren. Saillant is dat de meest succesvolle in de laatste decennia, Apple, nu juist de esthetiek hoog in het vaandel heeft staan terwijl hun succes wordt afgemeten aan de inhoud van hun kas. We staan toe dat mensen in de tang worden genomen, gedegradeerd tot tikvee en we maken ons niet druk om hun geluk. De kasten naast de grijze bureaus zijn ook grijs of zwart maar in ieder geval voorzien van een deprimerende kleur en gevormd als efficiënte maar ongeïnspireerde blokken. Meer abstract worden processen vormgegeven op basis van efficiëntie-criteria en niet op communicatieve – of sociale kwaliteiten. En toch, ook een bedrijfsproces heeft esthetische kanten, vooral als we ze goed weten te visualiseren.

Waarom gaan we eigenlijk zo slordig om met onze middelen en omgeving?

We denken niet meer na of wat we ontwerpen ook ‘mooi’ is. Het komt niet eens in ons op om te bezien of de dingen die we gebruiken wel mooi zijn, goed ontworpen en aantrekkelijk. Vooral in mijn oude werkveld de bedrijfsautomatisering is de afweging dat een aantrekkelijke presentatie van die automatisering aan de gebruikers er van zal leiden tot een prettiger gebruik en waardering van het gemak, iets wat vooral opgetrokken wenkbrauwen oplevert. ‘Het moet gewoon doen wat we willen en hoe het er uitziet is niet van belang’. Maar soms, soms is er die uitzondering. De veronachtzaming van esthetiek in de automatisering staat in schril contrast met de aandacht voor auto’s. Soms is er een fabrikant die moeite doet om hun producten niet alleen goed en functioneel maar ook mooi te maken. Of je nu van auto’s houdt of niet maar bij Ferrari doet men toch iets bijzonders met hun ontwerpen. En de waardering voor de ‘klassieke automobielen’ laat zien dat ontwerp wel degelijk bijdraagt aan de geluksfactor van de eigenaar en toeschouwer.

In mijn optiek is het naast prettig ook gezond om aandacht voor schoonheid te hebben. Werken in een mooi ingerichte kantooromgeving werk positief op sfeer en welbevinden. Goed ontworpen gebouwen worden als prettig ervaren. Niemand wil in een ‘sick building’ werken of leven, laat staan wonen. Een computer kan mooi zijn als de ontwerpers oog hebben voor de kwaliteit van hun ontwerp in plaats van het op zo goedkoop mogelijke wijze produceren van hun product. Werken met mooie gereedschappen schept meer voldoening dan saaie onhandige en lelijke spullen. Uiterste efficiëntie kan bijzonder lelijk zijn ten opzichte van de mens die in die efficiënte omgeving moet functioneren. Wat meer aandacht voor esthetiek kan dan niet alleen gezond zijn, het kan zelfs heilzaam werken in situaties waar men te lang is blootgesteld lelijkheid. Het kan in zekere zin zelfs gezond makend zijn.

Om de een of andere reden maken veel mensen voor de inrichting van hun werksituatie geheel andere afwegingen dan ze in hun privé situatie doen. Alsof het een ander leven betreft. Of ze leggen zich neer bij de vaak ogenschijnlijke onbeïnvloedbaarheid van die werkomgeving. Maar is esthetiek dan iets wat eigenlijk altijd van belang is? Is het een ontwerpcriterium, of zou het dat moeten zijn? Dat hangt naar mijn overtuiging af van de situatie. Soms, heel soms zijn er zaken te bedenken die je af mag handelen zonder een esthetische overweging. In situaties waar de mens niet geconfronteerd wordt met het resultaat of in situaties van leven of dood. Aan oorlog kan ik niets esthetisch ontdekken. Wapens met een esthetische vormgeving roepen bij een gevoel op gecorrumpeerd te worden wanneer ik ze mooi vind en dus heb ik maar liever dat wapens lelijk zijn. Maar in bijna alle andere gevallen is esthetiek, ook zonder er bij na te denken, een begrip dat aanwezig is en van belang is. Daarom is het opvallend om te zien dat ontwerpers van medische apparatuur tegenwoordig veel aandacht besteden aan de vormgevingskwaliteiten van die apparatuur. En heel soms leeft er bij die ontwerper de overtuiging dat een MRI scanner die fraai is vormgegeven voor de mens die er helaas gebruik van moet maken geruststellender is dan een volledig op functionaliteit vormgegeven apparaat. Waarmee met al zijn beperkingen het ontwerp een functie heeft in het verder klinische proces.

Conclusie.

Het is wat mij betreft hoog tijd voor een nog brede herbezinning op het belang van esthetiek als deugd die van invloed is de kwaliteit van leven en werken en niet slechts als een begrip dat de persoonlijke beleving van kunst beïnvloed. Zo’n herbezinning zou zich naar mijn idee moeten vertalen in hoe wij met onze samenleving en onze habitat omgaan.

Idealiter zou er een beleidsmatige esthetische discussie moeten plaatsvinden op het moment dat we gaan sleutelen aan die samenleving of onze omgeving. Samen werken, samen leven en samen schoonheid creëren is wat mij betreft een veel interessanter uitgangspunt voor een nieuw kabinet dan het huidige uit een samensmelting van efficiëntiedenken en economisch verantwoord regeren bedachte motto. Het leven zou meer moeten zijn dan werken en leven. Genieten, schoonheid ervaren, zijn minstens zo belangrijk omdat dat ons welbevinden en onze gezondheid beïnvloeden. En ook de journalistiek zou zich eens wat nadrukkelijker esthetisch verantwoord moeten gedragen naast ethisch verantwoord, beide aspecten staan immers onder grote druk in onze wereld.

Dit alles betekent wel dat we een grote psychologische draai zullen moeten maken. Ingenieurs zouden in hun opleiding esthetiek als vak aantreffen en zij niet alleen. Al vanaf de middelbare scholen zouden we aandacht moeten geven aan het ervaren, waarderen, begrijpen en toepassen van het begrip. Beroepsgroepen zouden naast ethische normen ook esthetische normen / deugden moeten hebben.

Waar brengt dit alles ons nu? In ieder geval bij kinderen en onderwijs maar ook bij beleidsuitvoering en besluitvorming, maar bovenal bij ons zelf. Want al het genoemde kan iedereen zelf al in gang zetten. Breek uit de verdrukking van een te beperkt zicht op wat van belang is en wat goed voor je is. Sta toe om schoonheid te zoeken en na te streven. In wonen, werken, leven, opvoeden en vrijetijdsbesteding. Geniet van die ene mooie zin in je manuscript en van die geslaagde muziekuitvoering. Ga je te buiten aan ‘mooi’. Want, echt, je wordt er beter. Dus ja, mooi is goed!

Voorjaar 2007 / zomer 2017 – © Anna A. Ros

Sluit Menu

Mededeling

Op woensdag 13 september start het SchrijfLab
van de ZB| Planbureau en Bibliotheek van Zeeland.

Meer informatie.
U kunt zier hier inschrijven.