De rauwe morgen

Duisternis is een capaciteit die je leert waarderen,
wanneer het licht verdwenen is.
Je moet wel, op sommige momenten in het leven.
Licht daarentegen is van een te koesteren waarde
en bepaald niet vanzelfsprekend.
Duister is het en licht kan het worden.
Tenminste zolang de aarde draait en er niet teveel bewolking is.

Waarom deze gedachten mijn hoofd doorkruisen
is voor mij helaas geen raadsel.
Pijn bij de ander kan immers doorwerken in de eigen ziel,
wanneer die zich door voldoende liefde gevoed weet.
Rouw ligt dicht bij rauw in letterlijke zin
en figuurlijk is dat niet veel anders.
Waar angst waarheid wordt is immers rauwheid.

Niet dat dit besef enigszins helpt, het doet slechts dat: beseffen.
Beseffen dat leven dat is wat te kwetsbaar is om te vergooien,
te veronachtzamen of niet voldoende van te genieten.
Dat iedere dag een geschenk is,
niet van een God, maar gewoon een geschenk.
Omdat er ook een dag komt dat er geen dag meer is
maar slechts de onpeilbare duisternis van gemis.

Het onheilspellende moment dat ieder van ons ooit kent
of eigenlijk juist nèt niet zal kennen.
Zodat de rauwheid van het ontberen van die nieuwe morgen
zich vertaalt in de rouw van de ander.
Rouw over het gemis van het licht in ogen die gesloten blijven.
Naarmate je ouder wordt neemt die duisternis toe,
omdat de lichten om je heen als vanzelf doven.

Tot je ook zelf het licht zult missen
en stilte zich op een rauwe morgen verbindt met duisternis.

Comments are closed.