Oktober 1877, New Cross Road 306, New Cross

Voor die zomer leek alles nog gewoon. Maar dat was het natuurlijk niet. Ik was zeventien, de oudste in huis op Thom na en wist nog niets van het leven. Mijn vader kwam iedere dag thuis van zijn werk in de drukkerij, mijn moeder was als zo vaak zwanger en de jongens hielden niet op met ruziën. 

‘Papa, wat is dat voor machine?‘ Ik wees naar het gietijzeren toestel met glimmende stalen onderdelen dat hij op zijn werktafel had staan.
‘Dat, Ada, is een draaibank. Daarop kan ik hele mooie onderdelen maken. Wil je eens zien hoe dat gaat?‘
‘Ja natuurlijk! Wat spannend.‘ 

Hij lachte me toe en gebaarde me op de stoel naast hem te gaan zitten. Ik was verrast. Anders mocht ik nooit in zijn werkkamer komen. Dat was een plek voor mannen en jongens, niet voor jongedames. Snel zette ik me op de wat gammele stoel, oplettend dat ik mijn jurk niet scheurde of vuil maakte. Overal lagen metaalsplinters en zo hier en daar lag er vet of olie op de vloer.

‘Kijk, als je hier een koperen staaf in vastklemt en daar een beitel, en als ik dan hier op trap, net als bij een naaimachine, kan ik met deze handwielen de beitel gebruiken om de staaf te bewerken. Ik zal er een mooie ronde groef in draaien, kijk maar.‘

Ik boog me naar het toestel toe en zag hoe de kleine stalen beitel langzaam maar zeker een groef in het koper maakte.

‘Niet te dichtbij, anders komen er koperdeeltjes in je ogen.‘

Na achteruit te zijn geschoven volgde ik de bewegingen van mijn vader, hoe hij aan de handwielen draaide, de beitel dan weer dieper het koper in drukte of juist minder diep, er af en toe een klein beetje olie over goot. Na een tijdje stopte hij even, pakte een zaagje en al draaiende zaagde hij de koperen staaf door. Zodra het los kwam van de ingespannen staaf, pakte hij het kleine bewerkte onderdeel, vijlde het puntje van de verder vlakke onderkant weg en zaagde een schuin sleufje in de bovenkant. Met een doek veegde hij de olie eraf. Toen zette hij het kleine glimmende ding recht voor me op de werktafel.

‘Een loper papa, van een schaakspel. Hij lijkt wel van goud!‘

‘Precies Ada, een loper. Hij is van koper dus als je hem goed poetst blijft hij glimmen. Dat kun je dus maken met een draaibank. Hou hem maar… Oh wacht even.‘ Snel boorde hij met een handboortje een klein gaatje in de top van het lopertje, met weer een ander handgereedschap rommelde hij wat tot het naar zijn zin was. Hij pakte uit een la een klein koperen schroefoogje en draaide het in het topje.

‘Kijk, nu is het een hanger. Vraag je moeder maar om een ketting.‘
‘O, dank u wel, ik ga het meteen aan mama laten zien.‘

Ik viel hem om de hals. Verrast en wat onwennig gaf hij me een zoen op mijn hoofd en ik snelde de kamer uit naar de slaapkamer van mijn moeder. Niet wetend dat dit de laatste keer was dat mijn vader me enig teken van genegenheid gaf.

~