Lente.

Vandaag was de eerste lentedag. Niet op 21 maart en ook niet op de meteorologische eerste lentedag 20 maart. Nee, vandaag was de eerste echte lentedag. Zo’n dag waarop ik een yoghurtijsje eet in de zon op mijn favoriete terras in de stad waar ik van ben gaan houden en waarvan ik het gevoel heb dat ze ook van mij is gaan houden.

Het was ook zo ongeveer het welkom bij mijn wekelijkse afspraak met mijn psych. “Daar heb je op gewacht he? Lente!”, gevolgd door een bevestigende en solide handdruk. Want zo doet men dat tussen psych en cliënt, een handdruk en meer niet. Dat terwijl de man dingen over mij weet die voor menigeen – zo niet iedereen – onbekend zijn. Meestal op donderdag of vrijdag zit ik daar een uur. Pratend, denkend, luisterend naar zijn terugkoppeling op wat ik vertel of met moeite loslaat of zijn interpretatie van wat hij bij me ziet gebeuren.

12440216_578443902324675_1598062640915245584_o

Vandaag zweeg hij een tijd. En ik ook. Twee zwijgende mensen tegenover elkaar, gescheiden door een bureau in een rustgevend ingerichte ruimte, zwijgend cognitief gedragstherapiënd. Ik wordt bekeken met een blik die me lijkt te proberen te doorgronden. Even later spreken we weer en ik ontmoet begrip. Interessant genoeg zijn onze gesprekken in toenemende mate doorspekt met een soort intellectuele humor en in op andere momenten haast literair van karakter. Het is een vorm waarvan ik het gevoel heb dat die bij mij goed werkt. Geen flauwekul gesprekken, geen geleuter en vooral geen zielig gedoe, hoewel de onderwerpen waar we over spreken niet fijn zijn. We praten over pijn, verdriet, verleden, verwerken, loslaten, breken en oprichten. Kortom, de gebruikelijke koetjes en kalfjes die deel van de therapie zijn. Geen idee nog waar het naartoe gaat want een doel hebben we niet gesteld. Is zelfs (nog) niet ter sprake gekomen. Ik denk omdat nu juist het eeuwige doelen stellen me opgebroken heeft. Dat streven dat nergens toe leid en uiteindelijk eerder contraproductief werkt dan dat het iets goeds oplevert. Hoogstens een verklaring voor levensvermoeidheid. Vandaag ging ons gesprek over mij en mijn ouders. Ik en mijn vader, mijn vader en ik, ik en mijn moeder, mijn moeder en ik. En ik liet me ontvallen dat ik wacht op de dag dat mijn dochter tegen me zal zeggen dat ik op mijn moeder ben gaan lijken.

Ze vallen me vaak, maar dus niet altijd, zwaar die gesprekken. Het vergt wat van me waar ik juist veel moeite mee heb, mijn eigen draken bevechten is immers nooit fijn. De rest van de dag ben ik daarom  steevast nauwelijks in staat tot schrijven. Het is me te belastend, alsof ik mijn breinbrandstof voor zo’n dag verbruikt heb. Soms ben ik emotioneel wankel na een sessie, soms juist voel ik me gesterkt maar nooit weet ik van tevoren met welk gevoel ik naar huis toe zal gaan. Of naar het koffiehuis, want dat is wat ik in werkelijkheid doe. Mijn vaste stek is op enkele minuten loopafstand van het zeventiende-eeuwse pand waar de praktijk gevestigd is. Deur uit, schuin naar rechts de oude straat oversteken, links langs de sluis en de oude stadshal. Het kaneel volgen, de kaai oversteken en links de hoek om. Vijftig meter verder afhankelijk van het weer links de vertrouwde deur in of rechts het aangename terras. Terug op de vismarkt, de enige juiste plek voor een vissers(klein)dochter. “Een latte graag”, hoewel ik dat niet meer hoef te vragen omdat mijn bevestiging voorafgegaan wordt door “het gebruikelijke?”.

Maar vandaag was dus anders, vandaag was er die uitbundige zon en wachtte mijn dochter op me op het terras. Het is een yoghurtijs dag. En zo geschiedde. De rest van de middag hebben we laten verglijden, genietend van elkaars aanwezigheid die juist de laatste maanden voor ons allebei zo belangrijk is geworden, genietend van de warmte van de zon en de afwezigheid van hordes toeristen in de stad. Vandaag was een dag als geen andere, vandaag was de eerste echte lentedag dit jaar. Memorabel, om meer dan een reden want ik heb het gevoel dat ik weer sta. Ik heb mij weer opgericht, een beetje. “Je gaat steeds mee op je moeder lijken” zegt mijn dochter en ik besef dat dat misschien wel het mooiste cadeau is. Ze zou op die echte eerste lentedag dit jaar 83 jaar zijn geworden. Het mocht niet zo zijn maar wat ben ik blij dat er een stuk van haar in mij zit.

Anna A Ros

SCHRIJF ALS EERSTE EEN REACTIE

Geef een reactie