Over een puntcomma en een sofa.

Ik mag mij van geluk prijzen dat ik in goed gezelschap verkeer. Want stel je voor dat ik de enige zou zijn. Ik ben niet de enige waarbij de ; een belangrijke rol in mijn leven speelt. Een puntkomma?

De puntkomma wordt al een tijd gebruikt als symbool voor het herbegonnen leven. De functie van het leesteken in proza is om twee met elkaar samenhangende zinnen aan elkaar te koppelen om op die manier samenhang, nadruk en soms zelfs oorzaak-gevolg te benadrukken. Er wordt nadat de eerste zin duidelijkheid verschaft heeft door de zin na de puntkomma nog iets essentieels aan die duidelijkheid toegevoegd, als ware het een vervolg van wat er in de eerste zin beschreven is. Precies om die reden is het een leesteken dat symbool staat voor een herstart, een tweede kans of tweede poging. Een statement dat na afronding van een levensfase aangeeft dat er nog een vervolg aan komt. Degene die het gebruikt geeft er mee aan er nog te zijn in de wetenschap dat dat helemaal niet vanzelfsprekend is. Sommigen die een poging tot suïcide hebben gedaan plaatsen een tatoeage ervan ergens op hun lichaam. Soms met het doel om anderen die ook in zo’n situatie verkeerd hebben te laten weten dat ze niet de enige zijn.

De tatoeage heb ik (nog) niet maar ik ben wel zo’n mens. Zo onvoorstelbaar als dat nu voor me is, gaat het bij mij ook niet om één poging maar om meerdere. Gedaan in een tijd waarin ik absoluut niet meer wist hoe verder te leven, wie ik was, wat er van mij zou moeten komen en hoe ik zou kunnen dragen waar ik mee te maken had. Ze zijn niet geslaagd, deels omdat ik het toch niet echt wou, deels omdat er anderen waren die me konden weerhouden van zo’n grote fout. Nu, achteraf bezien, vind ik het ook heel erg egoïstisch om zo’n richting op te gaan terwijl ik weet dat er van me gehouden wordt. Zelfs in de depressieve perioden waar ik mee te maken heb komen gedachten aan die uitweg niet meer bij me op, ik vind ze te afschrikwekkend geworden. Wat niet wil zeggen dat wanneer het leven volstrekt onmogelijk zou worden ik het geen reële uitweg vind. Er zijn situaties te bedenken waarbij ik het volstrekt verdedigbaar vind om zelf te bepalen wanneer er geen puntkomma maar een punt gezet moet worden.

Ik kom op dit onderwerp omdat er twee zaken aan de hand zijn. De hoofdpersoon uit mijn roman maakt de overweging die ik gemaakt heb èn ik heb zelf te maken met een uit de hand gelopen winterdepressie. Dat laatste is overigens beperkt waar want hoewel de winter een rol van betekenis speelt is ze slechts een deel van de context, de echte reden waarom ik aan het vechten ben tegen een donkere sluier over mijn leven ligt in het verleden; onverwerkt verleden en onverwerkt trauma. Ik wil er ook open over zijn dat ik dat gevecht voer. Deels omdat ik er vroeger niet open over was met alle negatieve gevolgen van dien en deels omdat ik hopelijk anderen duidelijk kan maken dat ook (zware) depressies te doorleven zijn.

12841226_568381826664216_3804206345945045461_o

En dat laatste brengt me bij de sofa. Ik heb er voor gekozen om niet weer afhankelijk te worden van anti-depressiva omdat ik doodsbang ben dat daardoor mijn creatief vermogen sterft of op zijn minst langdurig medicinaal tot moes gestampt wordt. Ja, ik slik af en toe een noodrempil zoals ik ze noem. Een niet al te zwaar depressivum dat ik mezelf toesta om te gebruiken op de dagen dat het gewoon echt niet gaat. Maar buiten het hangen aan die farmaceutische noodrem verban ik juist middelen ook al weet ik dat ik niet een verslavingsgevoelig mens ben. Uitvluchten als drank, drugs of ander gedrag heb ik niet nodig. Wel is me meer dan duidelijk dat ik het alleen niet red om van mijn draken af te komen of ze zodanig te temmen dat ze me niet het leven onmogelijk maken. Lijf en bioritme zijn al een tijd slachtoffer van een overmaat aan spanning en onverwerkte ellende. En dus heb ik de gang gemaakt naar een psycholoog.

Nu is het kiezen voor hulp van een shrink zoals ik de man onbeleefd noem niet een erg duidelijke noch een gemakkelijk weg. Ik had vooraf geen idee wat ik van hem kon verwachten (terwijl ik wel eerdere ervaringen had met andere zielenpeuteraars), ik had ook zelf geen plan en eigenlijk was me ook niet zo goed duidelijk waarom ik nu ineens deze winter zo ingedeukt ben geraakt. Het is nu ruim een maand een wekelijkse gang naar een gesprek van een uur waarin de man me telkens slechts één vraag stelt. Iedere keer zodanig dat er een uur lang een denkproces en gesprek plaatsvindt waar ik de rest van zo’n dag nog mee bezig blijf. Voor mij werkt het en stapsgewijs komen mijn draken aan bod, vind ik zelf manieren om kleine aanpassingen in mijn leven te maken en begint er een beeld te ontstaan van een mogelijke weg om minder getroubleerd door het leven te gaan.

De man heeft een sofa en op een hoek van een boekenplank kijkt Freud op ons neer wanneer we in gesprek zijn. En dat doet die stenen kop ook als we zwijgen omdat er tijd nodig is om te denken in plaats van te praten. De sofa is modern, niet zo’n fraaie als die van vriend Sigmund die op de foto bij dit verhaal te zien is. Ik heb er nog geen seconde op gelegen en dat zal wellicht ook niet gebeuren. Onze gesprekken voeren we zittend aan weerszijden van een modern lichthouten bureau en gedempt licht in een ruimte die rust uitstraalt. Eén wand volledig in beslag genomen door boeken waarvan ik niets weet of die nu in Billy’s zijn geplaatst of in een duurder wandbedekkende boekengevangenis. Na een paar weken ben ik op het punt gekomen dat ik besef dat die wekelijkse gesprekken van belang aan het worden zijn, deze week heb ik er zelfs naar toe geleefd. Omdat we niet praten over het feit dat mijn brein een beetje ziekjes is maar omdat we praten over van alles en nog wat. We pendelen tussen trauma’s, onverwerkt verleden, de boeken die ik schrijf en de zoektocht naar manieren om mezelf te helpen. Ik ervaar die pendeling aangenaam want er zijn geen momenten waarop het heftig wordt maar wel veel momenten waarop ik merk dat ik steeds beter dat vreemde brein van mezelf leer kennen. De goede man weet precies de goede vragen op precies de goede toon te stellen. De sessies zijn weliswaar zwaar omdat ze steevast gaan over die zaken die me zwaar vallen maar toch voelt het nadien alsof ik lichter ben geworden. In ieder geval kom ik er altijd prettiger vandaan dan dat ik er naartoe ga. Ongeveer zoals je dat ervaart bij een goede massage.

En misschien is dat het ook wat het is. Iemand die mentale massage geeft waardoor ik beter in staat ben om zelf te werken aan een herstel op een manier dat mijn leven niet ontwricht wordt. Dat herstel zal er voor een deel uit bestaan dat ik accepteer dat depressies een deel uitmaken van mijn bestaan en dat ik leer hoe ik daarmee om kan gaan. Er is nog veel werk te doen en ik weet dat het manuscript eerder klaar zal zijn dan deze serie therapeutische gesprekken. En ik vind het prima zo.

Anna A Ros (c) 2016

SCHRIJF ALS EERSTE EEN REACTIE

Geef een reactie