Tien jaar geleden

Tien jaar geleden leefde ik op een vluchtheuvel. Mentaal en in praktische zin. Mijn vader leefde al zeven jaar niet meer, mijn moeder nog wel. Ze zou nog twee jaar krijgen, tijd van leven of straf omdat ze ernstig ziek was. Mijn jongste zoon zag ik veel te weinig, hij woont nu bij mij. Mijn oudste en mijn dochter zag ik vaker, ze woonden afwisselend bij mij. Ik had stormen doorstaan. Ziekenhuizen overleefd, veranderingen ondergaan die goed gegaan en vreselijk mis waren gegaan. En de wereld om mij heen was mij vijandig.

Tien jaar geleden leek ik wellicht gelukkig maar was het zeker niet. Teveel verloren in korte tijd en geen zicht op een beter leven, ongeacht hoe hard ik daarvoor vocht. Ik schreef wel, maar geen boeken. Ik moest er nog achter komen dat ik dat moest gaan doen. Er was nog een werkkring en geld. Dat zou niet lang meer duren maar dat wist ik nog niet. Het geld zou me afhandig worden gemaakt door fysieke instorting, teloorgang van mijn bedrijfje als gevolg daarvan en een ex die er alles aan deed mij te gronde te richten. En god, wat miste ik mijn jongste kind en een paar armen om me heen of ogen die me aankeken met liefde of vriendschap of een mengeling van beide. Het zou nog donkerder worden dat jaar, heel donker. Zo donker dat overleven een mirakel werd.

Het is tien jaar geleden en ik zie een oude foto waar heel veel over te schrijven valt, wat ik hier niet ga doen. Ik woon ergens anders, heb andere mensen om me heen die me bij een andere naam noemen. Ik heb gereisd dat het een lieve lust was: Amerika, Egypte, Spanje, Hongarije, Engeland, Italië, Frankrijk, Duitsland, Slowakije, Schotland, Roemenië, Nepal, India en nog veel andere bijzonder plekken op de wereld. Om thuis te komen in het lieve Zeeland en het mooie Middelburg. Ik heb precies de goede vrienden, doe waar ik goed in ben en gelukkig van word. En ik ben trots op wie ik ben, op de littekens – fysiek en mentaal – die me sieren en niet tekens van verminking maar tekens van overwinning zijn. Ik ben een trots mens en ik ben een gelukkig mens, ondanks de perioden waarin ik me niet zo geweldig voel – zoals ieder ander mens die mee zal maken.

Tien jaar geleden was ik jonger en ondanks alles protesteerde mijn lijf niet zoals het dat de laatste paar jaar doet. Maar in alle eerlijkheid, ik zou niet tien jaar jonger willen zijn. Of terug gaan naar dat jaar waarop ik na een slecht verlopen operatie het leven niet meer zag zitten terwijl ik in het zonnetje op een terrasje in Voorburg een ijsje zat te eten en me oud voelde. De oude man – hij bleek 92 jaar te zijn – zal een engel zijn geweest of op zijn minst door de voorzienigheid op mijn pad gezet zijn. Hij zag mijn verdriet en vertelde me over zijn leven en hoe hij – zo oud als hij was – zijn kleindochter hielp met het opzetten van haar schoenenwinkel. Hij was een leven lang winkelier geweest, baas van een keten schoenwinkels. ‘Meisje, je bent nog jong. Je hebt een leven voor je en je overwinningen moeten nog komen. Je moet alleen leren ze te zien. Het komt echt wel goed.’

Nog altijd ben ik de goede man – zijn naam weet ik niet – dankbaar voor dat moment van hoop en zijn woorden die me uit mijn ellende sleurden en hielpen de weg te vinden die ik ben gegaan. Ik heb geleerd dat overwinningen niet per sé zichtbaar hoeven te zijn voor de wereld om je heen, zolang je zelf maar weet dat ze er zijn. En dat gelukt is wat je voor ogen had.

Anna A. Ros

Geef een reactie