De angst zat.

Ik ben de angst zat. Angst die ons aangepraat wordt omdat er mensen vanuit oorlogsgebieden of plaatsen waar extreme armoede heerst naar hier komen. Angst die verspreid wordt omdat er hier besloten wordt grote aantallen mensen bij elkaar in opvangcentra te plaatsen die als pressurecooker werken met mogelijk overkoken als gevolg. Angst ook voor het gewoon openlijk laten zien waar het aan schort bij overheid en bedrijven wanneer er iets mis is gegaan; of dat nu gaat om gebrekkige informatie bij een treinbedrijf, gerommel met automotoren of het in scène zetten van een foto van een crimineel. Ik ben de angst zat.

no-comment

Het is niet eens mijn eigen angst maar het is de angst die blijkbaar bij anderen heerst. Anderen die op grond van die angsten keuzes maken, op partijen stemmen of regels bedenken die als gevolg hebben dat mijn vrijheid wordt aangetast. Wetten en regels die mij inperken in hoe ik wil leven. Of dat nu gaat om het roken van een sigaartje op het balkon of het houden van een kat in mijn eigen huis of het vrij kunnen bewegen van mensen die noodgedwongen hun toevlucht hebben moeten zoeken naar onze wereld. Want dat is waar we met onze samenleving zijn terecht gekomen; een samenleving die erop gericht lijkt te zijn om de burger als crimineel of op zijn minst verdachte te zien. Of, als ik het nog milder formuleer, de mens zien als een te beheersen en controleren wezen dat van nature tot het slechte is geneigd.

Wat men niet lijkt te realiseren is dat het leven op zich hoogst ongezond is. Je gaat er uiteindelijk dood aan. Op welke wijze dat gebeurt weten de meeste mensen gedurende het grootste deel van hun leven niet. In onze samenleving. In andere samenlevingen, die waar die vluchtelingen vandaan komen, weet men dat vaak wel. En vooral zij die huis, haard, familie, moederland en vaak ook cultuur hebben moeten verlaten, zijn zich nu juist wel bewust van de grote kans die zij lopen om het er niet levend vanaf te brengen. Als ze blijven waar ze vandaan willen vluchten is er het risico van een bom, een kogel, een strop of de sluipmoordenaar die armoede heet. Vluchten ze dan is er het risico van vroegtijdig einde door een gammele boot op open zee of een afgesloten laadruimte van een vrachtauto. Overleven ze die ellende en komen ze in ons land aan dan denken wij als gastheren en gastvrouwen wellicht dat zij van hun angsten af zijn maar wij denken dan verkeerd. Want eenmaal bijeengeplaatst in overbevolkte opvangcentra is er angst voor de onbekende lotgenoten die van een ander geloof zijn of een andere etniciteit en ze het leven zelfs in die centra zuur maken. En angst voor die ambtenaren die vaak vergezeld door politie of marechaussee ze knechten onder onze weten die er op gericht lijken te zijn om ze in hun vrijheid te blijven beknotten in plaats van om ze te helpen vrij mens te zijn. Zoals ik een vrij mens ben en jij dat ook bent.

Ik ben de angst zat die media in de hoofden en harten zaaien van mensen als ik, die niet hebben hoeven vluchten, die niet serieus beknot zijn in hun vrijheden. Angst gevoed door opportunistische politici die een welhaast onbeperkte toegang hebben tot die media en zo tot de ‘publieke opinie’ die steeds meer verwordt tot een platform voor de onderbuikgevoelens van de met drek gevulde onderbuiken van angstige burgers. Ik ben de angst zat die er lijkt te heersen voor het verliezen van onze rijkdom als gevolg van het in onze samenleving aanwezig zijn van mensen die soms meer dan alles hebben verloren.

Maar hoe zat ik die angst ook ben, ik ben toch bang. Bang om me te laten verleiden tot de kortzichtigheid die zich als een olievlek in onze maatschappij verspreid. Bang om te worden als al die andere bange burgers die denken dat het de vreemdeling is die de vrijheid komt bedreigen maar niet ziet dat wij het zelf zijn die onze vrijheden opgeven. Omdat we blijkbaar stemmen op politici die als enige middel om angst te bestrijden een verdere vlucht in regeltjes, wetten en beperkingen van vrijheden voorstaan. Om op die manier te beknotten wat we nu juist wilden behouden: vrijheid om te leven, om geluk te zoeken ongeacht hoe negatief het zoeken van geluk ook gevonden wordt door sommigen. En vrijheid om te denken, te zeggen en te doen wat wij zelf willen. Zonder enige beperking anders dan die ene die het onderscheid bepaald tussen beschaving en barbarij: het schaden van een ander mens. Het zou wat mij betreft aan de Grondwet moeten worden toegevoegd als algemeen geldend gebod: schaadt een ander niet nodeloos maar belemmer die ander ook niet de vrijheid om te leven.

Juist omdat ik bang ben die essentiële vrijheid van denken, uiten en acteren te verliezen, spreek ik me uit tegen de angst die ons als een gif wordt toegediend door de politiek en media: ik ben faliekant tegen de angst. Ik zou zo graag zien dat er in de samenleving een gedachte postvat dat we het hoofd kunnen heffen en de rug rechten omdat we met zijn allen sterk genoeg zijn om een ieder een leven in vrijheid te geven.

Anna A Ros

SCHRIJF ALS EERSTE EEN REACTIE

Geef een reactie